De jonge Vlamingen Paul en Bart Kardoulakis trokken in volle coronacrisis naar Kreta om er het hotel van hun vader te helpen runnen. “Het is heftig. We zijn van ‘s ochtends tot ‘s avonds laat in de weer. Maar een hotel uitbaten en je gasten verwennen geeft veel voldoening. Je krijgt er zoveel voor terug.” Een gesprek over leven en werken als jonge hoteluitbaters op Kreta.

Al meer dan 30 jaar geniet Yannis Kardoulakis elke ochtend van de zonsopgang. “De zonsopkomst is hier elke dag weer anders. Het is een voorrecht om iedere morgen toeschouwer te mogen zijn van dat prachtige schouwspel. In het populaire boek ‘1000 Plekken die je echt gezien moet hebben’ neemt Elounda niet voor niets 1 van de plekken in.”
Decennia geleden al, wist Yannis dat de bergflank boven Elounda een unieke plek zou zijn voor een hotel, ver weg van drukke steden en het massatoerisme.

“Mensen verklaarden onze papa gek toen hij 35 jaar geleden de berg op kwam om er een hotel te bouwen,” zegt Paul. “Er was hier niets, alleen maar rotsen. Papa bracht stromend water, elektriciteit en al de rest naar de berg. Hij bouwde het hotel stap voor stap op tot wat het vandaag is.”
Yannis Kardoulakis kan je gerust een visionair noemen. Hij was de eerste die zich op de bergflank boven het kuststadje Elounda vestigde. Intussen zijn anderen hem gevolgd. Her en der op de berg staan nu afgelegen villa’s, rustig gelegen, op een steenworp afstand van het strand en met een waanzinnig uitzicht over de baai.

Tijdens ons verblijf in Elounda Residence Water Park had ik een gesprek met Paul en Bart, zonen van een Griekse vader en een Vlaamse moeder. Hun moeder kwam als reisleidster naar Griekenland en werd er verliefd op hun vader. Samen startten ze de bouw van het hotel. Toen Paul en Bart nog jong waren gingen hun ouders uit elkaar en ze trokken samen met hun moeder terug naar België. Twee decennia later maakten de broers de omgekeerde beweging en trokken ze weer naar Kreta.

Wat bezielt twee jonge Vlamingen om in volle coronacrisis naar Kreta af te zakken om er een hotel te runnen?
Paul: “Begin 2020 ben ik naar Elounda gekomen om er aan mijn thesis te werken en mijn vader te helpen bij de voorbereidingen voor het nieuwe vakantieseizoen. Bart was op dat moment nog aan het studeren in Gent. We waren toen al overboekt voor de zomermaanden van 2020. Mijn papa kon dus wel wat hulp gebruiken.”

En toen moest de pandemie nog losbarsten. Hoe hebben jullie het voorbije anderhalf jaar beleefd?
Paul: “Zoals bij de meeste mensen, denk ik, heeft het even geduurd voor we begrepen dat het serieus was. Op een dag vroeg mijn papa hoe het zat met dat virus in China. Toen hadden we nog het idee dat het daar zou blijven. Niet dus. Tien dagen later kwam de lockdown en wisten we dat het menens was.
Voor onze papa was dat de zwaarste crisis uit zijn carrière. Hij heeft toen een aantal maanden slaappillen genomen. Hij had nog maar net zwaar geïnvesteerd in het nieuwe Water Park en in de renovatie van de publieke delen van het hotel. Er waren ook net kamers bijgebouwd. Hij had zwaar geïnvesteerd en daardoor kwam hij onder enorme stress te staan. De bank wou nog geld van hem en ook de overheid en leveranciers kwamen aankloppen. Er viel een massa boekingen weg en dat maakte het moeilijk om de rekeningen te betalen. De vaste kosten liepen nog door en voor de mensen die wel nog kwamen moest je natuurlijk zien dat de service top was.
Iets waar veel mensen niet bij stilstaan is dat de vaste bezetting voor 20 gasten dezelfde is als die voor 200 gasten. Poetsvrouwen, keukenpersoneel, zaalpersoneel, chauffeurs, ook als je maar enkele tientallen gasten hebt moet je een volledige personeelsbezetting inzetten om een goede service te kunnen bieden.”

“We waren ook heel bang voor besmettingen, zeker in het begin toen er nog geen sprake was van vaccins. Stel dat er onder het keukenpersoneel een uitbraak zou zijn, dan zou dat een gigantisch probleem betekenen. Je zit met 350 gasten die moeten eten en waar vind je last minute een kok of een patissier om in te vallen? Gelukkig zijn we daarvan gespaard gebleven. We hebben ook in 2021 geen enkele besmetting gehad.”

Bart: “Onze vader is er voor blijven gaan en dankzij zijn ervaring is het gelukt om boven water te blijven. Veel van onze collega’s hebben het helaas niet gehaald. Hotels hier zijn failliet gegaan omdat ze de risico’s niet wilden of konden nemen.”
Paul: “Voor ons als jonge managers is dit natuurlijk de beste managementopleiding die we ons kunnen indenken. Al deel je wel de stress van je vader op zo een moment. Ons resort is een klein dorp op een berg. Papa is de burgemeester en wij zijn de schepenen. Dan beleef je alle emoties samen.”
Bart: “We hebben ons van in het begin heel goed voorbereid op wat we zouden doen bij besmettingen en uitbraken. We beseften dat de mensen die hier in coronatijd hun vakantie komen vieren, het bestaan van het virus zoveel mogelijk willen vergeten. Dat is een voortdurende evenwichtsoefening waar we heel veel mee bezig zijn. Hoe kan je alles coronaproof laten verlopen zonder dat mensen voortdurend geconfronteerd worden met beperkende maatregelen?”
Paul en Bart spreken zowel Grieks als Vlaams. Van ‘s morgens tot ‘s avonds fladderen ze van de ene uithoek van het complex naar de andere om het personeel aan te sturen en klanten bij te staan. Ze switchen probleemloos van het Grieks met het personeel naar het Nederlands met hun gasten.

Tijdens mijn verblijf hier is het opgevallen dat jullie van ‘s morgen tot ‘s avonds in de weer zijn. Wat drijft jullie?
Paul: “Wij willen weten wie de persoon achter de reservatie is. Wij voelen ons echt vereerd dat mensen hier hun vakantie willen doorbrengen en wij willen er alles aan doen om mensen de best mogelijke ervaring te bieden.”
Bart: “Mensen mogen zich geen nummer voelen, dat is ontzettend belangrijk voor ons. Dat doe je door dicht bij je gasten te staan. Het gebeurt dan ook vaak dat mensen die hier op vakantie komen, vrienden worden.”

Paul: “Deze winter worden we al op verschillende plaatsen in Vlaanderen verwacht.” (lacht)
Bart: “Onze papa hamert er voortdurend op dat we hier handwerk leveren. Elounda Residence is geen industrieel product. Dit is een familiehotel waar mensen zich thuis moeten voelen.”
Paul: “Papa is ook heel trots op alle bekende Vlamingen die hier al verbleven hebben. Luc Steeno, Lisa del Bo, Rani De Coninck, Garry Hagger. Het is voor hem het bewijs dat we hier iets goeds doen, dat ons werk geapprecieerd wordt.”

Wat brengt de toekomst?
Paul: “Bart en ik lopen over van de plannen. We gaan hier bijvoorbeeld retraites organiseren in samenwerking met Jacques Caluwé, een bekende fysiotherapeut en osteopaat die een praktijk heeft in Bassevelde. Daarnaast willen we ook verder inzetten op fietstours in de omgeving en uitstappen als excursies naar de bergen.”
Bart: “De winterperiode, wanneer het hotel gesloten is, gebruiken we om onze diensten te verbeteren en uit te breiden. Ik zou bijvoorbeeld graag iets doen op culinair vlak. De wijnboeren hier in de regio bezoeken, culinaire uitstappen organiseren.”
“We willen ook kijken hoe we nog groener kunnen werken. Afvalmanagement, duurzaamheid, het zijn allemaal thema’s die ons bezighouden en waar we hier verder rond willen werken.

Het zijn heel bizarre jaren geweest met heel wat uitdagingen. Wat was voor jullie het mooiste aan de afgelopen jaren?
Bart: “ Veel gasten die hier het voorbije jaar geweest zijn, kwamen heel gestresst toe. Ze hebben vaak een heel moeilijk jaar gehad, op professioneel gebied, met het thuiswerk voor de kinderen, ernstige ziekte of zelfs sterfgevallen door corona binnen de familie.Die mensen na een paar dagen zien glunderen, daar doe je het voor.”
Paul: “We staan hier heel dicht bij de mensen. Sommige gasten nemen ons al snel in vertrouwen en delen intieme dingen uit hun privéleven. Dat is voor ons het teken dat ze zich hier geborgen voelen, dat ze zich hier thuis kunnen voelen.
Gasten spreken hun appreciatie uit voor alles wat we voor hen doen. Sommige mensen hebben ons echt geraakt. Dan denk ik, wauw, we doen hier echt iets goed.”




